1890 – 1938: de eerste wijkverpleging
In 1890 verhuisde huisarts Willem Poolman naar Zuid-Holland. Hier ziet hij hoe mensen zonder goede zorg ziek worden (en blijven). Zijn oplossing? Het Groene Kruis: een vereniging die wijkverpleging organiseert en mensen helpt gezonder te leven. Niet in een ziekenhuis. Maar thuis. In de buurt.
Dit idee verspreidt zich snel. In veel dorpen en steden ontstaan verenigingen met hetzelfde doel. Rond 1900 bundelen verschillende organisaties hun krachten binnen de Zuid-Hollandsche Vereeniging Het Groene Kruis. Hierdoor wordt zorg beter georganiseerd, kennis gedeeld en kan wijkverpleging groeien.
Een van de verpleegsters die zich inzet voor deze beweging is zuster Aafke Gesina van Hulst. Haar naam zal later symbool staan voor onzeorganisatie, maar destijds is ze vooral een vrouw met een missie. Ze werft nieuwe verpleegsters, zet in op scholing en ziet toe op kwaliteit van zorg. Dankzij haar inzet groeit de wijkverpleging snel.
De droom van de Vereeniging is duidelijk: ieder dorp en iedere stad moet een eigen wijkgebouw, wijkverpleegster, kraamverzorgster en huisverzorgster hebben. Kortom: zorg als basisrecht. Bereikbaar voor iedereen.
En die droom groeit. Want wat in 1890 begon met één huisarts en een paar vrijwilligers, is in 1923 uitgegroeid tot een beweging met maar liefst 760 verpleegsters. De wijkverpleging is geen kleinschalig experiment meer, maar een basisbehoefte binnen de gezondheidszorg. Naast het Groene Kruis worden ook het Oranje-Groene Kruis en het Wit-Gele Kruis opgericht. In Zuid-Holland zijn er dan drie grote zorgverenigingen.
1950 – 1993: samenwerking en verbreding
Na de Tweede Oorlog verandert de samenleving. En daarmee ook de zorg. Maar de zorgverenigingen blijven en werken nóg intensiever samen.
In de jaren 70 verandert het denken over de zorg verder. Mensen hebben niet alleen medische zorg nodig (wondverzorging en zorg bij ziekte), maar ook ondersteuning bij het dagelijks leven. In deze tijd ontstaat dan ook een bredere vorm van thuiszorg. Naast verpleegkundige zorg is er ook aandacht voor huishoudelijke hulp, sociale begeleiding en maatschappelijk werk.
Zo ontstaat vanaf 1973 de Stichting Maatschappelijke Dienstverlening Dordrecht (SMDD), de Federatieve Stichting voor Maatschappelijke Dienstverlening (FSMD) en het Kruiswerk Oude Maas (KOM).
In de jaren tachtig en begin jaren negentig werken de kruisverenigingen steeds meer samen met de SMDD, FSMD en KOM. De drie organisaties groeien uit tot belangrijke spelers op het gebied van maatschappelijke dienstverlening, thuiszorg en ondersteuning.
De samenwerking leidt in 1993 tot een fusie. SMDD, FSMD en KOM worden Stichting Opmaat, met een centraal hoofdkantoor in Zwijndrecht. Meer dan een eeuw na de eerste wijkverpleegsters is er een organisatie waarin verschillende vormen van zorg en ondersteuning samenkomen.